Je wilt je eigen bedrijf beginnen. Helemaal leuk natuurlijk, maar nu ben je toe gekomen aan de praktische zaken er van. Belastingdingetjes, contracten, algemene voorwaarden en o ja, in welke rechtsvorm moet ik mijn bedrijf eigenlijk gieten?

Een rechtsvorm kiezen is niet altijd eenvoudig. Ik wil je met dit artikel helpen een keuze te maken, althans inzicht te geven in de verschillende rechtsvormen. Wat is een rechtsvorm precies en waarom heb ik die nodig voor het voeren van mijn onderneming? Hoe zit het met bijvoorbeeld de vertegenwoordiging van verschillende rechtsvormen en hoe zit het in het verlengde ervan met de aansprakelijkheid? 


Waarom een rechtsvorm en welke zijn er?

Rechtsvormen zijn nodig om je onderneming deel te laten nemen aan het rechtsverkeer of economische verkeer, net als dat jij als natuurlijk persoon dat kan. Anders gezegd: zij bepalen waar jij je in juridisch zin (oftewel: aan welke spelregels je) aan moet houden. In principe ben je vrij om elke rechtsvorm te kiezen die je wilt, maar houd er rekening mee dat elke rechtsvorm weer zijn eigen spelregels kent. Welke verstandig is om te kiezen hangt helemaal af van hoe je onderneming eruit gaat zien.

De rechtsvormen die in de wet staan opgenomen zijn limitatief. Dat wil zeggen: uitputtend. Dit betekent dat je gehouden bent aan de rechtsvormen die in de wet staan genoemd. Een eigen rechtsvorm construeren met een eigen naam en sprelregels is dus niet mogelijk.

Op de eenmanszaak na staan alle rechtsvormen opgenomen in de wet. Deze kun je dus opzoeken via internet of via een wetboek. Om misvattingen uit de weg te gaan is het echter verstandig om je te laten adviseren door een jurist of een accountant, aangezien sommige wetteksten nog dateren uit het begin van de 19e eeuw en dit zelfs voor juristen soms moeilijk te vertalen is.

Ik zal mij dit artikel richten op de personenvennootschappen en de rechtspersonen als rechtsvormen en leg daar bij kort uit wat de belangrijkste spelregels daarbij zijn. Met name de aansprakelijkheid en de vertegenwoordigingsbevoegdheid zijn daarbij belangrijk.

In het kader van dit artikel laat ik verder de eenmanszaak als rechtsvorm buiten beschouwing. Dit is juridisch gezien de meest eenvoudige vorm en heeft, behoudens enkele fiscale voordelen, geen bijzondere juridische consequenties. Dat wil zeggen dat de eenmanszaak bijna dezelfde spelregels heeft als jij als natuurlijk persoon die hebt in het economische verkeer. 

Met betrekking tot dat laatste wil dat zeggen dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen privévermogen en ondernemingsvermogen. Eventuele winsten komen jou meteen ten goede, maar je bent ook zelf volledig aansprakelijk voor schulden van de onderneming. Wil je graag meer weten over de fiscale mogelijkheden? Neem dan contact met ons op.

 

Personenvennootschappen

De wet maakt onderscheid tussen personenvennootschappen en rechtspersonen. Kenmerkend voor de personenvennootschappen is dat zij, anders dan bij rechtspersonen, worden opgericht bij overeenkomst. Dit kan dus ook mondeling. Maar let wel op voordat je dat doet: mondelinge overeenkomsten hebben weinig bewijskracht. Er wordt altijd een contract aanbevolen.

Voorts bestaan de personenvennootschappen uit:

  • Maatschap;
  • Vennootschap Onder Firma (VOF);
  • Commanditaire vennootschap (CV).

Vaak kiest men voor een personenvennootschap indien er sprake is van een uitoefening van een beroep (met name in het geval van een maatschap) of bedrijf (een VOF), waarbij de samenwerking gericht is op een gemeenschappelijk doel, namelijk: vermogensrechtelijk voordeel behalen. Dit voordeel kan liggen in vermogensvermeerdering, besparing van kosten of vermijding van verliezen.

 

Rechtspersonen

Een rechtspersoon is een type rechtsvorm die gelijk kan worden gesteld met een natuurlijk persoon, zo bepaalt artikel 2:5 van het Burgerlijk wetboek. Natuurlijk kan de rechtspersoon, in tegenstelling tot de natuurlijke persoon (oftewel zoals jij en ik), zelf niet handelen. De rechtspersoon heeft namelijk geen handen en voeten, maar moet meer gezien worden als een abstracte entiteit. De bestuurders van de rechtspersoon verrichten de zogenoemde rechtshandelingen. Zij zijn kort gezegd de handen en voeten.

Dit gezegd hebbende kom ik tot het grote onderscheid met een personenvennootschap: de rechtspersoon is zelf drager van rechten en plichten. In de wet wordt dit een rechtssubject genoemd. Zo kan zij bijvoorbeeld een eigenaar zijn van een pand of kan deze een schuldenaar worden uit een verbintenis waaraan zij is verbonden. Denk bij dit laatste bijvoorbeeld aan de aanschaf van goederen waar een financiële verplichting tegenover staat.

Het rechtspersonenrecht wordt beschreven in Boek 2 van het Burgerlijk wetboek. In tegenstelling tot de personenvennootschappen zijn deze bepalingen hoofdzakelijk van dwingend recht (daar later meer over) en zijn zij bovendien beter verstaanbaar dan het uit 1838 komende Wetboek van Koophandel.

Niet elke rechtspersoon is echter geschikt om een onderneming mee te drijven. Een onderneming moet namelijk gericht zijn op het leveren van goederen of diensten en waarbij een weder prestatie wordt gevraagd, die meer is dan alleen symbolisch. Dus als je fietsen repareert voor familie tegen een zak drop, dan ben je geen ondernemer. Een stichting of vereniging is daarom ook niet direct geschikt om mee te ondernemen. Dit vanwege het feit dat jij als ondernemer geen commercieel belang mag hebben bij deze rechtsvormen.

 

De rechtspersonen kunnen dus als volgt worden onderverdeeld:

  1. Geschikt om mee te ondernemen:
  • Naamloze Vennootschap (N.V.);
  • Besloten Vennootschap (B.V.);
  • Coöperatie.
  1. Niet geschikt om mee te ondernemen:
  • Onderlinge waarborgmaatschappij;
  • Vereniging van Eigenaren;
  • Vereniging (in beginsel niet geschikt);
  • Stichting (in beginsel niet geschikt).

 

Oprichting van een rechtspersoon

Anders dan bij personenvennootschappen wordt de rechtspersoon opgericht door de notaris middels een akte. Deze moet in beginsel worden ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. In beginsel omdat er in een paar gevallen dit niet per se vereist wordt. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer je een informele vereniging opricht, dat is een oprichting zonder tussenkomst van een notaris of als je een CV opricht zonder vestigingsplaats in Nederland.



Spelregels rechtsvormen zien m.n. op vertegenwoordiging en aansprakelijkheid

Uit de informatie die je nu hebt zal je waarschijnlijk al een idee hebben voor welke rechtsvorm je in aanmerking komt. Wil je zeker weten welke rechtsvorm het beste bij jou past, ook fiscaal gezien? Vraag dan hier een adviesgesprek aan.

De volgende vraag die de keuze voor een rechtsvorm kan beïnvloeden is in welke mate je aansprakelijk kan worden gesteld voor bijvoorbeeld schade die je hebt veroorzaakt of anderszins waarin je grote financiële risico’s riskeert. Een grote financiële schadepost kan namelijk hele grote gevolgen hebben voor je onderneming. Kijk dus goed naar de juridische en financiële risico’s van je onderneming. Dit is erg belangrijk in de keuze voor je rechtsvorm.

Zoals ik al eerder zij heeft iedere rechtsvorm zijn eigen spelregels. Zo heeft iedere rechtsvorm dus ook een eigen vertegenwoordigingsregime (zegt iets over de mate waarin een of meerdere bestuurders de rechtsvorm mogen vertegenwoordigen) en een aansprakelijkheidsregime. Het is daarom goed om je te vergewissen van de voor- en nadelen van de rechtsvorm die je wilt kiezen. Ik zal de belangrijkste hieronder voor je uiteenzetten.

 

Spelregels personenvennootschappen

Algemeen

 

Transparantie

De Maatschap, VOF en CV zijn veel gekozen rechtsvormen in Nederland. Tezamen zijn zij goed voor meer dan 200.000 ondernemingen. Het voordeel van deze rechtsvormen is dat er veel vrijheid bestaat in de uitoefening en inrichting ervan. Fiscaal gezien worden zij wel de kroonjuwelen genoemd, vanwege het idee dat zij heel transparant zijn. Het worden ook wel doorkijkentiteiten genoemd, omdat zij niet belastingplichtig zijn voor de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. De vennoten dienen hierbij zelf met de fiscus af te rekenen.

 

Grote mate van contractsvrijheid

Zoals ik al eerder zei ontstaan personenvennootschappen door een overeenkomst. En een belangrijk kenmerk daarvan is dat partijen die deelnemen aan die overeenkomst in grote mate contractsvrijheid hebben. In zekere zin gelimiteerd omdat je uiteraard wel rekening moet houden met wettelijke randvoorwaarden. Dit betekent dat je grosso modo de samenwerking als hoofdregel op die manier vorm kan geven zoals je zelf wilt.

Maar mag je het recht dan deels omzeilen? Het antwoord is ja en nee. Het bestaande recht voor deze rechtsvormen is grotendeels van regelend recht. Dat is de hoofdregel. Dat wil zeggen dat het van toepassing is als je zelf  niks regelt. Het laat dus veel ruimte om je eigen regels te bepalen.

Zoals gewoonlijk in het recht is er op iedere hoofdregel wel een uitzondering. Ook op de contractsvrijheid van partijen zijn uitzonderingen. In het algemeen kun je zeggen dat aan de wezenskenmerken van de rechtsvormen niet te tornen valt. In het bijzonder kun je dan denken aan afspraken die buiten de redelijkheid en billijkheid vallen, zoals het uitsluiten van bepaalde winsten voor een of meer van de vennoten. Het doel moet immers zijn: gemeenschappelijk voordeel behalen.

Het tegenovergestelde van regelend recht is dwingend recht. Dit betekent, zoals het woord al zegt, dat de regel je dwingt om je eraan te houden en waar dus in beginsel niet van kan worden afgeweken. Dit is met name het geval wanneer de belangen van derden in het spel komen. Derden worden door de wetgever altijd erg goed beschermd. Dat komt omdat zij vaak gezien worden als de zwakkere partij. Geschillen met derden worden dan ook veelal beslecht in het voordeel van die derde. Uiteraard zijn er uitzonderingen wanneer de derde bijvoorbeeld instemt met de overeenkomst of er op een bepaalde manier voordeel uit haalt.

Het voorgaande raakt de wezenlijke kern van het ondernemingsrecht. Men heeft het dan ook wel over de vertegenwoordiging (oftewel het handelen namens) en de aansprakelijkheid van de individuele maten. De wet geeft hieromtrent een aantal regels welke voor de maatschap net even anders liggen dan bij de VOF en CV.

 

De maatschap

De maatschap is een rechtsfiguur die met name wordt gebruikt door vrije beroepsbeoefenaars, zoals advocaten, therapeuten of accountants. Er zijn twee varianten van de maatschap: de openbare maatschap en de stille maatschap. Het grote verschil is dat de openbare maatschap onder één naam naar buiten treedt en de stille maatschap niet. In het laatste geval treden de maten afzonderlijk van elkaar naar buiten toe. In dit geval worden vaak alleen algemene kosten gedeeld van de maatschap. Het is ook vaak geen bedrijf op zichzelf en behoeft om die reden ook niet te worden ingeschreven in de Kamer van Koophandel. De openbare maatschap daarentegen wel!

De personen die in een maatschap zitten worden maten genoemd. De maten hebben doorgaans in beide varianten hun eigen praktijk en een ieder handelt in beginsel voor zichzelf (op eigen naam). Dit betekent dat elke overeenkomst die je sluit met een derde partij, lees: klant/cliënt of anderszins, alleen jou afzonderlijk kan binden. Dat klinkt misschien ook wel logisch. Voor deze overeenkomst ben je namelijk zelf verantwoordelijk en dus ook zelf aansprakelijk voor als er iets fout gaat.

Wil je voor de maatschap, of eigenlijk met de overige maten, een overeenkomst aangaan (want de maatschap op zichzelf kan geen drager zijn van rechten en plichten) dan dien je van deze maten een volmacht te krijgen. Alleen dan kun je hen binden.

In een maatschapscontract kun je bijvoorbeeld aangeven ten aanzien van welke handelingen je bevoegd bent om de overige maten te vertegenwoordigen. Dat is praktischer dan bij iedere handeling een volmacht te vragen. Vaak zijn dit handelingen die voor de normale gang van zaken binnen de maatschap nodig zijn. Denk aan de dagelijkse leiding of een nieuwe pc voor het secretariaat. In het jargon worden dit ook wel beheersdaden genoemd.

Als je als maat een rechtsgeldige volmacht hebt gekregen dan staan je de volgende keuzes ter beschikking. Ofwel je gaat de overeenkomst aan uit eigen naam en ben je zelf volledig aansprakelijk voor enige schulden ofwel je gaat het aan voor de maatschap en dan geldt de hoofdregel dat iedere maat voor gelijke delen aansprakelijk is.

Opmerking verdient het volgende: de wet maakt onderscheid tussen deelbare prestaties en ondeelbare prestaties. In het eerste geval gaat het om geld (dat kan worden gesplitst) en in het tweede geval om bijvoorbeeld een aanschaf van een pand. Voor de aansprakelijkheid heeft dit de volgende consequenties:

  • Deelbare prestaties: de maten zijn voor gelijke delen aansprakelijk.
  • Ondeelbare prestaties: de maten zijn hoofdelijk aansprakelijk.

Treed je buiten je bevoegdheid dan is het logische gevolg dat je zelf de lasten daarvan moet dragen. Toch kan het in sommige gevallen zo zijn dat de overige maten ook gebonden worden. Dit kan bijvoorbeeld als er sprake is van:

  • Baattrekking (de maten afzonderlijk baat hebben bij de overeenkomst);
  • Schijn van bevoegdheid verlening;
  • Bekrachtiging van de overeenkomst van de overige maten.

 

VOF

Zoals we zagen is de volmacht een belangrijk onderdeel van de maatschap om andere maten te kunnen vertegenwoordigen en dus te binden. Bij de VOF is dat anders. We spreken hier over vennoten in plaats van maten. In de VOF is iedere vennoot volgens de wet vertegenwoordigingsbevoegd. Dat betekent dus dat je niet een volmacht nodig hebt van de andere vennoten om een rechtshandeling (bijvoorbeeld een overeenkomst) te kunnen doen.

Meestal zal je in een overeenkomst vastleggen tot welk bedrag iedere vennoot vertegenwoordigingsbevoegd is. Ook mag je daar beperkingen in vastleggen. Normaal gesproken wordt er een bedrag van rond de € 1.000,- afgesproken waarin iedere vennoot bevoegd is.

De VOF ontstaat al op het moment van de overeenkomst. Om volledig in het economische verkeer deel te kunnen nemen moet je deze  inschrijven in de KvK. De afspraken die je contractueel hebt vastgelegd gelden dan namelijk ook ten opzichte van derde partijen. Dat betekent dat wanneer vennoot A een computer koopt ad. € 1.200,-, vennoot B kan zeggen dat hij niet gebonden is. Immers, vennoot A was tot maar € 1.000,- bevoegd.

Het gevolg is dat de derde partij zich niet kan verhalen op de overige vennoten, want hij had het handelsregister kunnen raadplegen. Vennoot A kan zich daar niet op beroepen. Die blijft gebonden aan de overeenkomst en is aansprakelijk voor de eventuele geleden schade.

 

C.V.

De commanditaire vennootschap lijkt in veel opzichten op de VOF, maar onderscheidt zich daarin dat deze een geldschieter aan boord heeft. Voor de normale vennoten volstaat een verwijzing naar de regelingen van de VOF. Voor de geldschieter (de commanditaire vennoot geheten) zijn aanvullende regelingen opgenomen.

De geldschieter heeft maar een beperkte bevoegdheid binnen deze rechtsvorm. Slechts het verstrekken van geld. Niks meer, niks minder. Dat betekent dat hij zich niet mag bemoeien met andere zaken rondom de CV, zelfs niet als hij een volmacht heeft gekregen!

Hij mag dus ook niet andere vennoten vertegenwoordigen bij een door hen gedane rechtshandeling of bepaalde daden verrichten voor de algemene zaken van de vennootschap (=beheersdaden). Dit betekent dat hij voor bepaalde schulden die de vennootschap heeft niet aansprakelijk kan worden gesteld door zaakscrediteuren. Dat zou  oneerlijk zijn. Wel is toegestaan om bepaalde hoofdrichtlijnen uit te zetten die in gezamenlijkheid tot stand zijn gekomen met de andere vennoten.

Let er echter wel op dat wanneer de commanditaire vennoot zijn beheersverbod verbreekt of het zogenoemde naamsverbod (d.w.z. dat zijn naam niet genoemd mag worden in de vennootschap) hij wel volledig aansprakelijk kan worden gesteld.

 



 

Spelregels rechtspersonen

Nu we hiervoor de meest vrije rechtsvormen hebben besproken, daar waar veel wettelijke bepalingen van regelend recht zijn, gaan we nu verder met de rechtspersonen. In het kader van dit artikel en onze doelgroep (ondernemers in het MKB) in ogenschouw genomen beperk ik mij tot de rechtsvormen die in onze dagelijkse praktijk het vaakst gevonden worden. Dit zijn respectievelijk in de volgorde van de wet:

  • Vereniging
  • Coöperatie
  • Stichting
  • Besloten Vennootschap (B.V.)

De onderlinge waarborgmaatschappij en de naamloze vennootschap komen, zoals de oplettende lezer heeft kunnen zien, niet voor in het rijtje. De onderlinge waarborgmaatschappij is een speciale rechtsvorm die alleen gebruikt mag worden door verzekeraars. Voor meer informatie klik hier.

De N.V bepreek ik hier ook niet, maar veel van de hieronder besproken spelregels van de B.V. zijn hetzelfde voor de N.V.

 

Rechtspersoonlijkheid

Kenmerkend voor rechtspersonen is dat zij rechtspersoonlijkheid hebben. Zoals ik al eerder heb genoemd hebben deze entiteiten een zelfstandige plaats in het economische verkeer (of rechtsverkeer) en zijn zij drager van rechten en plichten. Een groot voordeel voor het kiezen van deze rechtsvorm is dat de bestuurders beschermd worden met hun privévermogens. Schuldeisers kunnen in beginsel dan alleen het vennootschapsvermogen aanspreken. Maar er zijn uitzonderingen.

Wat deze uitzonderingen zijn en hoe de aansprakelijkheid van bestuurders in zijn algemeenheid werkt bespreek ik hieronder, tezamen met de vertegenwoordiging van de rechtspersonen. Ik zal echter met de vertegenwoordiging beginnen van de eerste drie rechtspersonen, omdat deze wettelijk gezien veel overeenkomsten hebben. Daarna de B.V. gevolgd door de aansprakelijkheid van alle rechtsvormen.

 

De vereniging, de coöperatie en de stichting

Kenmerken

De vereniging is een rechtsvorm die wij allemaal wel kennen en kenmerkend daarvoor is dat deze rechtsvorm leden kent. Veel mensen zijn wel lid van een vereniging. Denk aan een voetbalvereniging, tennisvereniging of wat voor sportvereniging dan ook.

De coöperatie is een speciale vorm van de vereniging en de regels daarvoor, net als de stichting overigens, ten aanzien van de vertegenwoordiging en aansprakelijkheid zijn bijna hetzelfde. Een coöperatie vind je veelal in de agrarische sector. Friesland Campina is misschien wel het bekendste voorbeeld. De leden van deze coöperatie zijn de melkveehouders. Door melk te leveren aan Friesland Campina kunnen deze melkveehouders delen in de winsten die worden gehaald.

Daarmee benoem ik ook gelijk het grote verschil met de vereniging. Daar waar een vereniging in beginsel geen commercieel belang mag hebben, daar mag de coöperatie dat wel. Zij hebben vaak  een winstoogmerk.

Anders dan bij een vereniging en coöperatie is dat de stichting geen leden kent en met behulp van een daartoe bestemd vermogen een in de statuten vermeld doel moet verwezenlijken. Stichtingen zijn veelal gericht op goede doelen. Ik zal de stichting niet apart behandelen. Je kunt er vanuit gaan dat wat voor de vereniging geldt, ook voor de stichting van toepassing is

 

Vertegenwoordiging bij de vereniging, de coöperatie en de stichting

Vertegenwoordiging is een bijzonder en soms lastig te begrijpen leerstuk binnen het ondernemingsrecht. Hoewel dit de keuze van een rechtsvorm niet meteen raakt, wil ik hier toch wat achtergrondinformatie over geven. Als ondernemer is het namelijk altijd goed om te weten hoe juridisch het een en ander werkt en wat de mogelijkheden zijn. 

In dat kader zal ik proberen om het leerstuk op een begrijpelijke wijze uit te leggen, met wat voorbeelden ter ondersteuning. Mocht je hier meer informatie over willen hebben, dan kan je altijd contact met ons opnemen!

 

Algemene wettelijke regels

Daar waar je bij de personenvennootschappen werkt met volmachten om je medevennoten of maten te binden aan een door een andere vennoot verrichte rechtshandeling, daar geeft artikel 45 van boek 2 van het Burgerlijke wetboek de regel dat de bestuurders van de vereniging of de coöperatie (hierna alleen: vereniging) deze rechtsvormen kunnen vertegenwoordigen. Deze bevoegdheid is voorts onbeperkt en onvoorwaardelijk. Hetgeen wil zeggen dat er geen wettelijke beperkingen zitten op de vertegenwoordiging.

Echter, alleen het bestuur gezamenlijk is, zo volgt uit het eerste lid, bevoegd om de vereniging te vertegenwoordigen. Dat is de eerste hoofdregel. De tweede hoofdregel die daar uit voortvloeit is dat je als individuele bestuurder dus niet bevoegd bent om de vereniging te vertegenwoordigen, tenzij is vastgelegd in de statuten (komt wel regelmatig voor) dat er één of meerdere bestuurders wel bevoegd zijn tot individuele handelingen.

 

Voorbeeld

Als je als individuele bestuurder een overeenkomst sluit met een derde partij, dan kan (mits hiervan niet is afgeweken in de statuten) de vereniging de beperkende werking, van de alleen handelende bestuurder, tegenover die derde inroepen, mits de derde dit wist of behoorde te weten dat de handelende bestuurder niet bevoegd was. Iedereen wordt echter geacht de wet te kennen, dus de derde had kunnen weten (of zou moeten weten) dat die individuele bestuurder niet bevoegd was. De vereniging kan de overeenkomst dus vernietigen.

Zoals ik al eerder zij kunnen de statuten echter anders bepalen, bijvoorbeeld dat een individuele bestuurder wel alleen rechtshandelingen mag verrichten. De wet staat dit immers toe. Alleen de wet bepaalt ook dat de bevoegdheid van de bestuurder onbeperkt en onvoorwaardelijk is. Om het voorbeeld nog wat moeilijker te maken wordt de bestuurder ook een beperking opgelegd van € 20.000 ,-. De bestuurder mag nu dus derden binden aan de vereniging. Maar wat nou als de bestuurder voor € 30.000 ,- een overeenkomst sluit?

Je zou waarschijnlijk denken dat een overschrijding van de limiet tegengeworpen kan worden aan de derde door de vereniging, maar niets is minder waar. De wet maakt namelijk onderscheid tussen wettelijke beperkingen en niet wettelijke beperkingen. En in dit geval is de overschrijding niet terug te herleiden naar een wettelijke beperking.

 

Resumerend

Als de individuele bestuurder voor € 30.000,- een overeenkomst sluit met een derde partij, dan is dit een geldige overeenkomst, die niet valt in te roepen door de vereniging. De overschreden limiet is namelijk een interne (niet-wettelijke) regel die niet uit de wet voortvloeit. En alleen beperkingen die uit de wet voortvloeien zijn zoals ik al zei in te roepen tegenover derden.

Dit is dus nadelig voor de vereniging. Toch staat de vereniging nog niet helemaal met lege handen. Het kan de bestuurder namelijk nog wel intern aansprakelijk stellen voor het overschrijden van de overschreden limiet. Hij is immers zijn boekje te buiten gegaan en daar hoeft de vereniging niet voor op te draaien.

Een voorbeeld van een wettelijke toegelaten beperking is de tweehandtekeningenclausule. Stel dat bestuurder A en bestuurder B bevoegd zijn om de vereniging te vertegenwoordigen, dan hebben ze van elkaar toestemming nodig. Geeft bestuurder A bestuurder B geen toestemming dan levert dat vanzelfsprekend een vernietigbare overeenkomst op. Althans voor de vereniging. De bestuurder die onrechtmatig handelt is daarentegen zelf nog wel gebonden aan de overeenkomst. Dus aansprakelijk.

 

Besloten vennootschap

De besloten vennootschap of b.v. is misschien wel de meest gehoorde en meest bekende rechtsvorm. De wet kent de B.V. als de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. Het kiezen van een besloten vennootschap ligt vaak gelegen in de beperking van aansprakelijkheid, omdat de risico’s van de onderneming groter zijn geworden of vanwege fiscale aspecten van de onderneming, omdat de onderneming bijvoorbeeld een omzet heeft bereikt waarbij de keuze voor een b.v. voordeliger is geworden. 

Juridisch gezien heeft de keuze voor een b.v., net als met de vorige rechtspersonen, hoofdzakelijk betrekking op de vertegenwoordiging en de aansprakelijkheid, en in het bijzonder voor de b.v. bepaalde mate van besluitvorming, welke ik hier buiten beschouwing laat. In bepaalde opzichten van de vertegenwoordiging verschilt de b.v. van de overige rechtspersonen. Zie hierna.

 

Vertegenwoordiging

In veel opzichten lijken de regels omtrent vertegenwoordiging op de hiervoor besproken rechtsvormen, maar er is een wezenlijk verschil. Daar waar de vorige rechtsvormen niet individueel (tenzij de statuten anders bepalen) mogen handelen, daar is het bij de besloten vennootschap namelijk wel toegestaan. Aldus de hoofdregel. Dat wil zeggen dat iedere bestuurder individueel, ook onbeperkt en onvoorwaardelijk, rechtshandelingen mag verrichten.

Uiteraard bestaan ook hier uitzonderingen op. Dit zijn eveneens wettelijke beperkingen en statutaire beperkingen die geen wettelijke beperking zijn. Zie het voorbeeld uit de vereniging. In het eerste geval zijn deze net als de vorige rechtsvormen in te roepen tegenover derden. In het tweede geval geldt dat het niet valt in te roepen tegenover derden.

Een derde is overigens niet bevoegd tot het herroepen van de overeenkomst. Deze is dus eenzijdig gebonden. Verstandig is dan om een termijn te stellen voor bekrachtiging. Reageert de B.V. hier niet op, dan is de derde bevrijd.

Intern werkende beperkingen of voorwaarden zijn in beginsel dus niet in te roepen. Maar de wet is de wet niet als er veel uitzonderingen zijn en zo ook hier op. Deze uitzondering ligt gelegen in het feit dat als de derde wel op de hoogte was van de interne regel en deze onder omstandigheden in strijd handelt met de goede trouw door de B.V. aan de overeenkomst te houden. Bijvoorbeeld als de overeenkomst erg nadelig is voor de B.V. Onder deze omstandigheden kan de B.V. toch onder de overeenkomst uitkomen.

 

Slotsom vertegenwoordiging

Welke rechtsvorm je uiteindelijk ook kiest, het is altijd goed om te kijken van welke wettelijke standaardregels je wilt en kunt afwijken. Bespreek de mogelijkheden daarom met een jurist. Zij kunnen kijken naar welke mogelijkheden voor jou het beste van toepassing zijn en helpen je met de juiste keuzes. Statutaire bepalingen kosten namelijk geld om te laten wijzigen. 

 

[the_ad id=”23375″]

 

Aansprakelijkheid van rechtspersonen

Ondernemen wordt vanuit overheidswege gestimuleerd omdat er dan simpelweg ook weer geld in het laatje komt (via belastingen). Ondernemers moeten dan niet te bang zijn om te ondernemen, omdat zij dan risico’s lopen om privé aangesproken te worden. Vanuit die gedachte heeft de overheid deze ondernemers een helpende hand toegereikt. De beperkende aansprakelijkheid. Dit betekent dus dat de aansprakelijkheid tot het privévermogen van de bestuurders wordt beschermd, mits de bestuurder in het kader van zijn onderneming naar redelijkheid heeft ondernomen.

Deze handreiking geeft allerminst een vrijbrief om je als slecht bestuurder te gedragen en er een zootje van te maken. Daar maakt de wet graag korte metten mee.

Ten aanzien van de aansprakelijkheid zijn er vier soorten categorieën, waar de wet regels over geeft. Per categorie zet ik de belangrijkste punten uiteen:

 

  • Aansprakelijkheid jegens rechtspersoon
  • Faillissement rechtspersoon: aansprakelijkheid jegens boedel (gezamenlijke schuldeisers)
  • Aansprakelijkheid jegens een individuele schuldeiser
  • Aansprakelijkheid jegens aandeelhouder

 

Aansprakelijkheid jegens rechtspersoon, art. 2:9 BW

Onder deze categorie valt de aansprakelijkheid die een bestuurder heeft jegens de rechtspersoon. Dit betekent dat een bestuurder die niet handelt in overeenstemming met bijvoorbeeld het doel van de rechtspersoon, omdat hij bijvoorbeeld conflicterende belangen heeft of anderszins tekort is geschoten in zijn taken, en daarmee schade aanricht, persoonlijk aansprakelijk kan worden gesteld voor die schade.

Voorwaarde is wel dat deze bestuurder een ernstig verwijt kan worden gemaakt oftewel een onbehoorlijke taakvervulling. Dit moet echter worden bewezen door de rechtspersoon. Kan het niet worden bewezen dan levert dit  geen persoonlijke aansprakelijkheid op.

De kans op persoonlijke aansprakelijkheid kan echter worden beperkt door het verlenen van een decharge. Dit betekent simpelweg een ontslag van interne aansprakelijkheid. Let er wel op dat ook hier beperkingen van zijn. De reikwijdte is niet oneindig.

 

Faillissement rechtspersoon: aansprakelijkheid jegens boedel

Wanneer de rechtspersoon, de B.V. in dit geval, failliet gaat en de bestuurder daar een belangrijk aandeel in heeft gehad, omdat hij bijvoorbeeld de B.V. heeft laten instorten, dan kan de bestuurder tevens persoonlijk aansprakelijk worden gesteld.

Dit is dan geen interne aansprakelijkheid, maar een aansprakelijkheid jegens de failliete boedel. Als de boedel niet toereikend genoeg is, dan is de bestuurder persoonlijk aansprakelijk voor het tekort. De curator is in dit geval degene die de vordering instelt.

Denk overigens niet dat je er met een decharge altijd goed vanaf komt. De curator wordt namelijk niet gehinderd door een decharge.

 

Aansprakelijkheid jegens een individuele schuldeiser

Een wat ingewikkeldere situatie is de aansprakelijkheid jegens een individuele schuldeiser. Stel dat je als bestuurder een overeenkomst aangaat met een derde partij, maar je weet dat je onderneming ten onder gaat. Met die onderneming neem je ook de derde mee ten onder. Dit noemen ze het zinkend schip scenario. In dat geval, als er sprake is van een voldoende ernstig verwijt, geldt ook niet de beperkte aansprakelijkheid. Je kan persoonlijk aansprakelijk worden gesteld.

Een tweede situatie is dat je als bestuurder weet dat je de verplichting van jouw kant ten aanzien van een schuldeiser niet na komt. Er moet dan sprake zijn van het bewerkstelligen of toelaten dat vennootschap niet nakomt.

 

Aansprakelijkheid jegens aandeelhouder

De vierde en tevens de laatste categorie is wanneer de aandelen van de vennootschap in waarde verminderen. Dit noemen ze ook wel afgeleide schade. Schade die door de vennootschap is geleden kan ook alleen door de vennootschap worden gevorderd. Echter wanneer een bestuurder jegens een aandeelhouder een zorgvuldigheidsnorm schendt, bijvoorbeeld omdat hij een aandeelhouder bewust verlies wil laten leiden, dan kan de aandeelhouder de bestuurder op grond van onrechtmatige daad persoonlijk aansprakelijk stellen voor het geleden verlies.

 

Slotsom

Met name de beperking van aansprakelijkheid is bijzonder relevant voor de keuze voor een rechtsvorm. De vertegenwoordiging geeft een beeld waartoe je als bestuurder bevoegd bent ten aanzien van derden. Ook hier kan de persoonlijke aansprakelijkheid mee samenhangen, zoals ik geprobeerd heb uit te leggen. Het is al met al een ingewikkeld systeem die voor de leek niet of nauwelijks te begrijpen valt.

De juridische aspecten van het ondernemen zijn daarom niet altijd leuk om door te spitten, maar het is wel goed om je er eens in te verdiepen. Ook voor de aansprakelijkheid jegens derden kan er via de algemene voorwaarden nog wel het een en ander mogelijk zijn om die te beperken. 

Terug naar het overzicht